Personal tools
You are here: Home Archief Archief dé Geus, mei 2005: Ook al is het vijf na twaalf, voor vrij denken is het nimmer te laat
Document Actions

dé Geus, mei 2005: Ook al is het vijf na twaalf, voor vrij denken is het nimmer te laat

by admin last modified 2006-12-09 02:34

Lezersbrief verschenen in dé Geus, door Manu Robbroeckx, oud-voorzitter BOL ’t Zal Wel Gaan

Bij het begin van het lopende academiejaar ondernam het Humanistisch Verbond een poging om in Gent een nieuwe vrijzinnige studentenvereniging op te richten. Aan de basis daarvan lag de vaststelling van de nationale voorzitter van het HV dat jongeren geen aansluiting vinden bij de georganiseerde vrijzinnigheid maar dat zij zich, integendeel, ervan afkeren. Deze analyse is correct, maar erg onvolledig. Die afkeer blijft immers niet beperkt tot de jongeren: het gros van de vrijzinnigen moet niets weten van de vrijzinnige kerk die werd/wordt uitgebouwd. Normaal zou je verwachten dat naar de oorzaken van een dergelijke afkeer zou worden gepeild. Maar nee, voor het HV is dé oplossing blijkbaar het aanbieden van een gratis vat bier en een gratis filmvoorstelling, om zo een nieuwe studentenvereniging te “creëren”, waarin de studenten na verloop van voldoende tijd misschien ook een beetje losgelaten kunnen worden, maar ook weer niet te veel. Een dergelijk misprijzen voor de jongeren alleen al lijkt mij voldoende reden voor hun afkeer. De methode doet denken aan de paternalistische Vlaamse-kermisstijl waarmee de onderpastoors vroeger probeerden om jongeren te strikken voor de Chiro of de KSA. Maar die zijn met dergelijke aanpak al 30 jaar geleden gestopt en zij behandelen de jongeren thans met heel wat meer begrip en respect.

Maar goed, laten wij dan maar zelf een poging doen om de échte probleemstelling te definiëren.

De vrijzinnige organisaties tellen nauwelijks enkele (tien)duizenden leden. Dit is ook logisch, want vrijzinnigen zijn, per definitie, geen kuddebeesten. Minder logisch is dat deze organisaties hoegenaamd niet meegegroeid zijn met de enorm toegenomen ontkerkelijking. Laten we dus maar stellen dat er in onze samenleving veel méér niet-gelovigen zijn die het adogmatisch denken vooropstellen, want anders zouden wij nog steeds een te verwaarlozen minderheid vormen. Niet-gelovigen voelen zich - terecht - al eeuwenlang benadeeld in dit land dat officieel de scheiding van Kerk en Staat predikt, maar dat in werkelijkheid nog steeds op basis van het concordaat met Napoleon aan de Roomse Kerk en haar zuilen een onaanvaardbare machtspositie verleent en deze volstrekt onevenredig betoelaagt. Hieruit concluderen dat er dan ook maar een “niet-gelovigen”-instituut moet komen is echter absurd en heel erg onvrijzinnig. Het is bovendien niet uitvoerbaar, vermits deze groep van niet-gelovigen nauwelijks gemeenschappelijke waarden heeft en bijgevolg ook geen “levensbeschouwelijke gemeenschap” vormt. Mensen hebben nood aan een nieuwe, zelf in te vullen, zingeving en niet aan het oervervelende zedengepreek van het HV en al evenmin aan een UVV-vertegenwoordiger naast kardinaal Danneels bij officiële plechtigheden. Ze moeten kansen krijgen om te leren “leven met onzekerheden” (zoals Etienne Vermeersch dit zo treffend uitdrukt).

“Waar en wanneer wordt het debat over een vrijzinnige zuil gevoerd?”, vraagt Philippe Juliam zich terecht af. Bijna nergens is helaas het antwoord. Ook al komt dit wel heel erg laat , het is alvast zijn grote verdienste dat er eindelijk een debat op gang komt over een vrijzinnige structuur die de vrijzinnigen nooit hebben gewild, maar die hen o.m. door zogezegde vertegenwoordigers van de H-familie werd opgedrongen. Enige inspraak van de leden is er nooit geweest .

Bij de aanvang was het nochtans enkel de bedoeling om, in afwachting van een reële scheiding van Kerk en Staat, enig weerwerk te kunnen bieden aan het leger van door de staat gesubsidieerde onderpastoors die het katholieke socio-culturele verenigingsleven animeerden en de ganse welzijnssector domineerden. De overheid wou een representatieve gesprekspartner en het HV kon deze rol niet waarmaken, in de eerste plaats omdat het niet aanvaard werd door de vrijzinnigen van liberale strekking. Voor- en tegenstanders van een erkenning vonden elkaar in een geest van vrijzinnige solidariteit en richtten samen UVV op. Er werden dure eden gezworen: • De vrijzinnigen zouden zich geen structuur laten opdringen; • De vrijzinnigen zouden zelf bepalen waarvoor verkregen middelen zouden gebruikt worden (nl.: infrastructuur en mensen ter ondersteuning van het vrijzinnig verenigingsleven); • UVV zou de representatieve vrijzinnige gesprekspartner zijn met de overheden.

“Vrijzinnige kerkfabrieken” waren wel het allerlaatste waarvoor de initiatiefnemers van het eerste uur hebben gevochten. Het liep al onmiddellijk fout, want het HV wou zelf de gesprekspartner van de overheid blijven en wenste bijgevolg het actieterrein van UVV te beperken tot de “morele lekenbegeleiding” . De nood aan “vrijzinnige morele begeleiding” was zeer zeker niet een van de prioritaire doelstellingen bij de oprichting van UVV. Morele begeleiding is een recht van eenieder, maar dan op een niet-verzuilde wijze. De start kon alvast niet cynischer: er was vooreerst een studie nodig om de behoeften aan “morele begeleiding” te peilen en te promoten, en de vrijzinnigen die zich jarenlang op vrijwillige basis hadden ingezet binnen de twee bestaande stichtingen (Stichting Morele Bijstand (ziekenhuizen, rusthuizen en verzorgingstehuizen) en Stichting Morele Bijstand aan Gevangenen)) werden buitenspel gezet.

Ik noem mijzelf een vrijdenker. De basis van mijn denken en handelen is de overtuiging dat de mens zelf, met zijn kritisch verstand, zijn emoties en binnen zijn sociale context (d.w.z. rekening houdend met de anderen), de werkelijkheid kan en moet bestuderen en moet proberen te begrijpen. Dit is het beginsel van het “Vrij Onderzoek”. Vrij Onderzoek wijst op een houding, een persoonlijke ingesteldheid én op de bereidheid om overtuigingen, meningen en visie op mens en wereld voortdurend te toetsen aan nieuwe informatie en inzichten, met het potentiële risico dat men ze moet herzien. Volgens deze definitie blijft Vrij Onderzoek niet beperkt tot enkele superwetenschappers, maar kan eenieder, ondanks zijn beperkte mogelijkheden, vrij onderzoeker zijn. De manier waarop inzichten worden ontwikkeld is hierbij belangrijker dan de inzichten zelf die eruit voortvloeien en die trouwens toch steeds voorlopig zijn. Elkeen met een dergelijke ingesteldheid, eenieder die zijn eigen mogelijkheden probeert te overstijgen, is voor mij aldus een vrijdenker.

Ervan uitgaand dat vrijdenkend en vrijzinnig als synoniemen gebruikt worden, zijn de vragen dus: “Bestaat er wel zoiets als een vrijzinnige gemeenschap?” en “Bestaat er een vrijzinnige levensbeschouwing?”. Het enige wat, naar mijn mening, gemeenschappelijk is aan diegenen die zich vrijzinnig noemen is, naast bovenvermelde onvrede met de onevenredige machtspositie van het “instituut Kerk”, hopelijk: het adogmatisch denken, het Vrij Onderzoek. Voor een vrijzinnige is het de mens zelf die, op basis van bovenvermelde definitie, zijn ‘relatieve’ waarden bepaalt. Wat kunnen dan gemeenschappelijke vrijzinnige waarden zijn? Het is, helaas, alvast onjuist te stellen dat vrijzinnigen “antifascist, anti-apartheid, anti-autoritair, anti-imperialist,…” zijn. We kunnen enkel hópen dat mensen met dezelfde ingesteldheid, dezelfde informatie en levend in dezelfde omstandigheden tot een aantal gemeenschappelijke waarden zouden komen. Je moet, helaas, al stekeblind zijn om niet te willen vaststellen dat dit niet het geval is. Iemand die op basis van het vrij onderzoek tot het “nihilisme” komt of tot het “hedonisme” of het “existentialisme” enz., is evenzeer een vrijzinnige als degene die tot het “humanisme” komt.

Vermits vanuit dit uitgangspunt elke mens recht heeft op maximale kansen om zich harmonieus te ontplooien, te informeren en om vrij zijn eigen mening te vormen, binnen een rechtvaardige samenleving, ben ik het alvast roerend met Philippe Juliam eens wanneer hij stelt dat dogmatisch onderwijs en een dogmatische opvoeding onaanvaardbaar zijn en dit zeker in onze “democratische samenleving”. Dogmatische brainwashing is zonder meer barbaars. Beheerders van Caritas-ziekenhuizen, gesubsidieerd door de overheid, die weigeren een democratische wet toe te passen, gedragen zich ondemocratisch. En jawel, dit geldt ook voor andere dogmatische denkers.

Als vrijzinnige meen ik dat de overheid, bijvoorbeeld, kwaliteitsvolle sociale diensten moet aanbieden voor eenieder, mét respect voor ieders levensbeschouwing, maar dit niet via een reeks zuilen. Indien dit pluralistisch zou georganiseerd worden, heb ik geen enkele behoefte aan een apart “vrijzinnig” aanbod. Trouwens, wat zou de inhoud hiervan kunnen zijn?

Is er dan geen behoefte aan vrijzinnige organisaties, aan kernen waar mensen van gedachten kunnen wisselen, zich kunnen ontplooien? Natuurlijk wel en zeer zeker ook aan universiteiten.

Het is mij niet duidelijk waarom de oproep tot een debat over de “vrijzinnige zuil” klaarblijkelijk moet samengaan met schieten op ’t Zal Wel Gaan, een van de weinige organisaties die zich (o.m. samen met de toenmalige Humanistische Jongeren) tot op het laatst heeft verzet tegen de oprichting van een vrijzinnige kerk. Tenzij het te maken heeft met het feit dat “’t Zal” niet “vrijzinnig-humanistisch” is. Het is een echte vrijdenkersvereniging waarin alle vrijzinnigen welkom zijn - en niet alleen humanisten - en die bovendien een aantrekkingspool wil zijn voor jongeren die niet vrijzinnig zijn maar het eventueel wel willen worden. ’t Zal wil zich door niets of niemand laten knechten en dus ook niet door zoiets als het HV. Men zou beter begrijpen dat mensen die vanuit een dergelijk milieu doorstromen naar de georganiseerde vrijzinnigheid tenminste geen graatloze lakeien zijn maar nog een mening durven te poneren (Philippe Juliam is hiervan alvast een mooi voorbeeld).

Een studentenvereniging is een speciaal soort vereniging. Het verloop is er in vergelijking met andere organisaties uitermate groot. Een student verblijft gemiddeld slechts 4 à 5 jaren aan universiteit of hogeschool en binnen die periode heeft hij niet altijd tijd voor daadwerkelijke inzet. Het is dus geen wonder dat de activiteit van een studentenvereniging niet constant dezelfde hoge toppen scheert; ook ’t Zal Wel Gaan kent hoogten en laagten. Het HV heeft alvast zelf kunnen ondervinden hoe moeilijk het is om actieve jongeren te vinden. Precies wanneer het minder goed gaat, is er nood aan mensen die zich willen inzetten en die niet zoals Ilja De Coster (cfr. zijn bijdrage in het vorige nummer van De Geus), al kijkend door de straten lopen, verwachtend dat anderen hen wel wat vrijzinnige consumptie zullen aanbieden. Als iedereen zich zo zou opstellen, gebeurt er natuurlijk niets. Maar stel je nu voor dat uitgerekend in de 6-jarige studentenperiode van Ilja vele honderden studenten zich hebben laten uitschrijven uit de doopregisters n.a.v. een wekenlang durende actie van ’t Zal Wel Gaan. Ze kwam aan bod in alle kranten en haalde zelfs het TV-journaal, maar ja, dat merk je waarschijnlijk niet in het straatbeeld. In diezelfde periode namen duizenden studenten deel aan allerhande activiteiten van ’t Zal Wel Gaan (ik geef slechts enkele voorbeelden, de volledige lijst is beschikbaar: debat ‘Cultuur vs Natuur’ 17 december 1997 (350 toehoorders), debat ‘Paranormale zin of onzin’ 5 maart 1998 (750 toehoorders), ‘Cirque Erotiek’ 28 maart 2000 (1200 aanwezigen)).

Het is ondertussen vijf nà twaalf, de wet is gestemd, de “vrijzinnige kerk” is een feit en de kans is klein dat dat nog zal kunnen teruggeschroefd worden. Het gevolg hiervan is bovendien dat de vrijzinnigen zichzelf monddood hebben gemaakt in de strijd voor een daadwerkelijke scheiding van Kerk en Staat. Vele tientallen vrijzinnigen hebben er thans een job en niemand zal hen kwalijk kunnen nemen dat ze die zullen verdedigen. Laten we dit prille debat verder aanzwengelen en misschien kunnen we toch nog proberen om samen een aantal doelstellingen na te streven, zoals: • het verdedigen en promoten van het adogmatisch denken en het recht van eenieder op maximale kansen om zich harmonieus te ontplooien, te informeren en om vrij zijn eigen mening te vormen, binnen een rechtvaardige samenleving; • de reële scheiding van Kerk en Staat; • de invoering van een kerkbelasting naar Italiaans model.

Navigation
« July 2010 »
Su Mo Tu We Th Fr Sa
123
45678910
11121314151617
18192021222324
25262728293031
Log in


Forgot your password?
 

Powered by Plone CMS, the Open Source Content Management System

This site conforms to the following standards: